Sinds enkele maanden werk ik met veel enthousiasme mee in de GroenLinksfractie Dordrecht. Op lokaal niveau kom je in aanraking met concrete gevolgen van maatschappelijke spanningen en met concrete mogelijkheden om bij te dragen aan de oplossing daarvan. Dat is een uitdaging. 

 

De twee grootste maatschappelijke vraagstukken van deze tijd zijn de uitputting van de aarde en de grote en toenemende ongelijkheid. Een derde probleem, wantrouwen tussen groepen mensen met verschillende achtergrond en cultuur, heeft deels met de eerste twee te maken. Zoals ook uitputting en ongelijkheid met elkaar te maken hebben: het armste deel van de (wereld)bevolking heeft het eerst en meest te maken met natuurrampen, dreigende voedseltekorten en verontreiniging. Daarom is het sociaal om een radicaal en doortastend klimaat-, milieu- en natuurbeleid te voeren. Het is bovendien voor het overleven van de mensheid, maar ook voor het overleven van samenlevingen – ook de onze – noodzakelijk. 

In Dordrecht zijn we inmiddels, samen met veel andere partijen, bezig om een veel concreter beleid te realiseren om er zeker van te zijn dat we vóór 2050 energieneutraal zijn. Natuurlijk moet niet alleen het resultaat daarvan, maar ook het beleid zelf sociaal worden vorm gegeven. Vaak wordt gesuggereerd dat de kosten van de energietransitie voor de lager inkomens onbetaalbaar zijn. Maar het is helemaal niet nodig en ook volkomen onterecht dat die kosten daar terechtkomen. Het principe ‘de vervuiler betaalt’ moet betekenen dat die kosten worden betaald vanuit de winsten en vermogens van diegenen die de afgelopen decennia kosteloos CO2  hebben geloosd. Het draagkrachtprincipe vereist bovendien dat relatief veel meer wordt bijgedragen door de sterk gestegen topinkomens. Dat kan natuurlijk alleen door landelijk beleid of zelf in internationaal verband worden afgedwongen, maar lokaal kunnen we er wel voor zorgen dat de lager inkomens door de energietransitie niet slechter af zijn dan nu. Een fonds en andere maatregelen om dat te garanderen maken dan ook onderdeel uit van ons initiatief. 

Ook milieu- en natuurbeleid kan op een sociale manier op lokaal niveau worden verbeterd. Een grote raadsmeerderheid steunde onze motie voor een natuurvriendelijker Wantijoever. Met name bij Stadswerven en Schaerweide dreigt verstening en daarmee het verbreken van de ecologische hoofdstructuur. Natuurlijk spelen hier ook andere belangen, maar de tot nu toe geringe bereidheid van het college om creatief naar win-winoplossingen te zoeken die zowel natuur als leefbaarheid ten goede komen, is teleurstellend. 

Dat brengt mij tot een algemeen punt dat lokale politiek boeiend en productief maakt: verbinding van belangen en dossiers. Geen groei om de groei, maar een vormgeving van groei die tot een rechtvaardiger en duurzame samenleving leidt: circulair, gericht op lokale behoeftes, leefbaar, divers, ruimte en participatiemogelijkheden voor iedereen. Creatief nadenken over mobiliteit en landbouw, maar in relatie daarmee ook over economie, werkgelegenheid en recreatie. Om maar iets te noemen. Daar zet ik me graag voor in, in samenwerking met anderen binnen GroenLinks en daarbuiten. 

Frans-Bauke van der Meer